Aan welke drie criteria voldoet iemand met dyscalculie?

De diagnose dyscalculie wordt niet snel afgegeven. Een kind wordt getoetst aan de hand van drie criteria:

Criterium van ernst
Bij dit criterium moet er sprake zijn van een duidelijke rekenachterstand ten opzichte van leeftijdsgenoten. Daarbij komt dat het kind in het dagelijks leven gehinderd wordt door zijn/haar rekenachterstand. Te denken valt aan grote achterstanden op het gebied van rekenen, waardoor de ‘gewone’ lessen te moeilijk blijken te zijn.

Criterium van achterstand
Bij dit criterium is het belangrijk dat het kind in beeld gebracht wordt. De achterstand moet namelijk zichtbaar zijn ten opzichte van wat er van het kind verwacht mag worden. Voorbeeld is een leerling met een bovengemiddelde intelligentie die over het algemeen prima scoort, maar op rekengebied zwakke scores behaalt. Heeft een kind normaal gesproken gemiddelde cijfers en zwakke scores op rekengebied, dan wordt eerder gesproken van een rekenprobleem en dus niet van dyscalculie.

Criterium van didactische resistentie
Dit criterium houdt in dat een kind na intensieve, planmatige begeleiding door een daarvoor gediplomeerde leerkracht/begeleider over langere periode, niet tot nauwelijks vooruit gaat in zijn/haar ontwikkeling. Oftewel: gespecialiseerde hulp mag niet baten.


Zelf een vraag insturen? Dat kan via dit formulier.