Wat is het verschil tussen methodetoetsen en de cito-toetsen?

Het grootste verschil tussen de methodetoets en de cito-toets is dat een methodetoets de beheersing van een kind toetst. Er wordt gecontroleerd hoe goed een kind bepaalde delen van vaardigheden beheerst. Deze vaardigheden zijn de afgelopen weken uitgebreid aan bod geweest in de les. De cito-toets toetst de algehele vaardigheid van een kind op rekengebied. Deze toets is complexer, wat inhoudt dat het opgaven bevat van verschillende moeilijkheidsgraden. In deze toets staan opgaven waarbij verschillende strategieën moeten worden gebundeld om tot het goede antwoord te komen (opgaven vergelijkbaar met redactiesommen). Ook lopen de opgaven uiteen in moeilijkheidsgraad, ze zijn niet altijd passend bij het gemiddelde niveau van een kind op het moment van toetsen. De opgaven kunnen boven of onder dat niveau liggen. Hiermee kunnen verschillen tussen kinderen aan het licht komen. Ook komen sterke rekenaars bovendrijven, die opgaven aankunnen die eigenlijk boven het verwachte niveau liggen.

Enkele verschillen op een rijtje:

  Methodetoets Cito-toets
Soort geheugen Korte termijn; de sommen zijn de afgelopen weken aan bod geweest in de les Lange termijn; opgaven die een beroep doen op kennis uit verschillende leerjaren
Vaardigheden Delen van vaardigheden worden getoetst Vaardigheden als geheel worden getoetst
Normering De uitgever bepaalt de norm van de toets. Je kunt de leerling vergelijken met andere leerlingen uit de klas die dezelfde toets hebben gemaakt. Normering is op basis van een landelijke normgroep. Je kunt een kind vergelijken met ‘de gemiddelde leerling van dezelfde leeftijd’
Frequentie Ongeveer een toets per 5 á 6 lesweken Twee toetsen per schooljaar (januari en juni)
 Voorbereiding De opgaven worden korte tijd ingeoefend, daarna volgt de toets. Opgaven kunnen gaan over verschillende onderwerpen uit de rekenontwikkeling. Voorbereiden is niet nodig.
 
 

 


Zelf een vraag insturen? Dat kan via dit formulier.